Vóór elkaar of voor elkáár?

Volgens mij is het volkomen logisch dat in een uitdrukking als “voor elkaar” de nadruk op de laatste lettergreep komt te liggen. Het is immers geen usance om een voorzetsel de nadruk te geven. Behalve wanneer je specifiek een onderscheid wilt maken qua voorzetsel: “We doen dit niet tégen elkaar, maar mét elkaar!”

Toch hoor ik sinds een jaar of tien steeds vaker “vóór elkaar”, “mét elkaar”, “ín elkaar”, etc.

Mijn eigen observatie leert me, dat aanvankelijk dit gebruik van verschuiving van accent uit een specifieke hoek van ons land leek te komen: Friesland. Misschien komt het ook voor in de andere noordelijke provincies. Maar van daar lijkt het zich in ieder geval als een inktvlek te verspreiden over de rest van Nederland.

Weet iemand er meer van?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.